In de geest van Louis

IN DE GEEST VAN LOUIS
de Volkskrant, Het Vervolg, 7 januari 2006 (pagina 25)

Door John Schoorl
Met medewerking van Mac van Dinther.

Ook ruim twee maanden na de moord op Louis Sévèke tasten zijn familieleden, zijn vrienden én de politie nog steeds in het duister waarom en door wie de Nijmeegse activist is omgebracht. 'Waar ik bang voor ben, is dat de moordenaar nooit wordt gevonden.'

De dag van de moord leek een gewone dag in het leven van Louis Sévèke (41). Een zonder vaste agenda, met het kenmerkende ritme van de linkse activist: wat afspraken over klachten over politieoptredens, zijn televisie inruilen en even langs bij het Nijmeegse actiecentrum, De Grote Broek.
Dinsdag 15 november 2005 was hij samen met Frank Schoenmaeckers naar het ziekenhuis geweest, waar zijn huisgenoot werd bestraald. 's Avonds had Louis, zoals altijd, voor hun tweetjes gekookt. Hij zou nog naar het gekraakte woonwerkpand aan de Van Broeckhuysenstraat gaan voor een afspraak over de brandveiligheid. Maar niet te lang. Om negen uur zou een vriend langskomen.
Een dag eerder had de politie een raampje ingeslagen bij De Grote Broek om een anti-Verdonkposter te verwijderen. Donderdagavond zou Sévèke paraat zijn bij de fakkeloptocht voor de slachtoffers van de Schipholbrand.
Om tien uur meldde zich een kennis aan de deur. 'Is Louis al thuis?' Schoenmaeckers zei: 'Ja. Hij zal wel boven zitten'. 'Er zijn namelijk twee schoten gehoord in de Van Welderenstraat', vervolgde de bezoeker. 'En ik neem aan dat Louis daar langs is gelopen.' Samen liepen ze naar de etage van Louis. Daar wachtte de vriend al een uur op zijn komst.
Schoenmaeckers voelde steken in zijn maag. Louis kwam nooit te laat, en zeker geen uur.
Sinds ze elkaar negentien jaar geleden tijdens een concert van The Cramps hadden ontmoet, waren ze bevriend. Ze hadden met zijn tweeën voor het eerst gekraakt, woonden al vijf jaar samen in een gehuurd huis en vormden het Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de Werkgroep Klachten Politieoptreden en het Steunpunt Inzage PID. Beiden hadden een gesubsidieerde baan, en studeerden al jaren rechten aan de Open Universiteit.
Hij kende hem door en door, wil hij maar zeggen. En Louis, zegt Frank, Louis was een man van de klok.
Toen zijn mobiele telefoon ook geen gehoor gaf, liepen Schoenmaeckers en de vriend richting centrum. Ze volgden de route die Louis altijd liep. Bij de Arksteestraat waren veel mensen, een gebied dat met een roodwit lint was afgezet. Ze zagen op de hoek van de Van Welderenstraat en de Eilbrachtstraat een witte tent 'met een bouwlamp'.
Dit was het decor van een schietpartij. Schoenmaeckers wilde weg. Hij hoefde niet te weten wie daar in die witte tent op de grond lag.
Samen liepen ze via de Oranjesingel naar De Grote Broek. Daar probeerde de vriend tevergeefs opheldering te krijgen bij een agent. 'Kom we gaan terug naar huis, misschien heeft Louis zich wel gemeld.'
Om elf uur belde hij de politie. Was Louis betrokken bij het schietincident? Hij zou worden teruggebeld.
Toen hij een kwartier later twee mensen naar zijn voordeur zag lopen, liep hij rustig de trap af. 'Jullie hoeven niks te zeggen', zei Schoenmaeckers. 'Wij hebben een vervelende mededeling voor u.', probeerden de rechercheurs in burger nog. 'Laat maar zitten, ik weet het al.'
Burgemeester Guusje ter Horst onderbrak op dat moment de vergadering van de Nijmeegse gemeenteraad met de mededeling dat er een schietpartij met dodelijke afloop in het centrum had plaatsgevonden. Wie het slachtoffer was, zei ze niet.
Al die tijd had Louis Sévèke op zo'n 150 meter van De Grote Broek gelegen, voor de deur van een leegstaand winkelpand. Iets over negenen was hij in de borst geraakt door een schot, afkomstig van een blanke man in een gewatteerd sportjack. Hij zou Sévèke hebben opgewacht bij het postkantoor.
Ooggetuigen zagen hoe vier tellen later de man van dichtbij - nu met gestrekte arm - voor een tweede keer met zijn pistool op de liggende activist vuurde. 'De schutter met de sporttas' zou zich daarna over Sévèke hebben gebogen, om ervan verzekerd te zijn dat hij dood was, en liep rustig weg.
Mensen die op de knallen afrenden, passeerden de man met het korte haar. 'Bel de politie. Er wordt daar geschoten', zou hij hebben geroepen. Een andere getuige vertelde dat hij op weg naar de moordplek was, maar werd tegengehouden: 'Terug! Terug! Rennen!' Wachtend in een portiek zag hij bloed uit het hoofd van Sévèke stromen.
Een overbuurman snelde toe en voelde aan Louis' hals of hij nog leefde. Zijn vriendin belde 112, er verscheen een motoragent. Hij hield het slachtoffer even vast. 'Op een haast beschermende, vaderlijke manier', stelde een buurvrouw vast.
Een rode Opel Vectra, waarin een man wachtte op zijn passagier, reed daarna weg. Later zou de politie op zoek gaan naar de auto.
Toen Raymond-Pierre Sévèke om half twaalf Schoenmaeckers aan de lijn kreeg en hoorde dat zijn broer was doodgeschoten, stootte hij een kreet uit. Hij moest een taxi. Hij moest regelrecht van Amsterdam naar Nijmegen om daar iets te doen, zonder dat hij wist wat.
Eerst belde hij Rose, zijn zus. 'Louis is doodgeschoten', zei hij. Rose twijfelde of ze wel wakker was. Schuddend en met hartkloppingen zat ze in de auto, op weg naar Louis' huis.
Ze had vooral geen gedachten, zegt ze. Er kwamen geen gedachten: geen verdrietige, boze of gedachten aan Louis. Er was niks.
Raymond-Pierre belde bij de taxi-standplaats naar een vriendin. Ze was met stomheid geslagen, en door die reactie van die doorgaans nuchtere collega begreep hij hoe erg het was - dit zou een impact kunnen hebben voor het hele land.
Louis doodgeschoten, onze Louis. Da's geen toeval, dacht hij, daar heeft hij een te bekende kop voor in Nijmegen. Daar moeten we verder mee.
'Ik wil naar Frank', zei Rose. 'Ik ben de zus van Louis.' Ze zag Frank boven aan de trap. Ze zei niks. Ze liep naar de kamer en ging in de hoek van de bank zitten. Toen het schudden steeds erger werd, kwam er een huisarts.
Voor de deur van het huis stonden tientallen vrienden en kennissen van Louis in de regen. Ze mochten niet naar binnen. Het politieonderzoek was in volle gang, de woning van Schoenmaeckers en Sévèke 'bevroren'.
'Ga ergens anders zoeken', zei Schoenmaeckers die zich steeds meer stoorde aan de permanente aanwezigheid van rechercheurs. 'Hier vind je niets. Laat mijn vrienden binnen.'
'Wanneer is de politie nu eens klaar?', zei Raymond-Pierre. 'Ik voelde een rem op mijn gevoel, we wilden onder ons zijn',
'Iedereen was buiten stil, diep geschokt. Af en toe gingen politiemensen de woning binnen', vertelt Jo Janssen. 'Je voelde direct dat cultuurverschil tussen politie en ons. Er kwam een agent met zo'n joviale opmerking van: ''Zo staan we hier een beetje gezellig.'' Wat is dit? Onze vriend is vermoord en wij staan buiten in de regen. En dan heeft zo'n agent het over gezellig. Het was de verkeerde toon, zo onfatsoenlijk.'
De volgende ochtend kwamen vrienden en familie bij elkaar, zoals ze dat een week lang zouden doen. En werd 'een belangrijke afspraak' gemaakt, een ogenschijnlijk logische beslissing, maar niet voor vertegenwoordigers van de kraakbeweging die doorgaans de straat op gaan om hun ongenoegen te spuien. We moeten kalm blijven. We moeten wachten op de feiten.
Raymond-Pierre: 'Niet meedoen aan speculeren, zei ik meteen. Geen onrust creëren, anders word je gek. Niet ongenuanceerd een rel veroorzaken. Je integriteit bewaren, in de geest van Louis.'
Twee maanden na de moord geldt dat nog steeds, ondanks het gemor onder activisten 'die op de barricaden voor Louis willen', ondanks de verwijten die er zijn dat de intimi zich te terughoudend tegenover de media opstellen.
Raymond-Pierre: 'Als je 99,9 procent van de vragen niet kunt beantwoorden, kun je ook niks concluderen. Spreken van een politieke moord is veel te voorbarig. Maar de kans dat er een politieke of maatschappelijke reden is, maakt het erg moeilijk.'
Schoenmaeckers: 'Dat Louis om zijn werk zou worden omgebracht, was voor hem ondenkbaar. Hij dacht nooit dat hij moest oppassen met zijn werk. In de verste verte niet. Er was ook geen enkele aanleiding toe. Hij werd nooit bedreigd.'
'Louis leefde publiek', vertelt Ed Hollants, vriend van de Nijmegenaar en oprichter van het voormalig Amsterdams Autonoom Centrum. 'Maar hij vormde geen potentieel machtsblok, zoals Pim Fortuyn. Of provoceerde niet, zoals Theo van Gogh. Wat hij deed, deed hij meer op de achtergrond.'
Jean-Louis Sévèke (Venray, 1964) was altijd de man van het initiatief geweest. Op zijn 17de organiseerde hij activiteiten in een jongerencentrum in het Brabantse Heeswijk-Dinther. 'Louis heeft altijd een sterke wil gehad', vertelt zijn broer. 'Hij was steeds doelgericht. Hij kon lang volhouden. Noem het maar een soort positieve koppigheid.'
Zijn vader was psychiater, en zijn ouders voedden de kinderen op met 'een werkend maatschappelijk beeld': iemand is niet zomaar de baas, omdat hij iemand oplegt dat hij de baas is. Raymond-Pierre: 'De waarom-vraag was bij ons zeer belangrijk. Daarin speelden politieke voorkeuren geen rol.'
Na het gymnasium ging hij naar de heao, waar hij het een jaar uithield. Hij trok naar Nijmegen om geschiedenis te studeren. Midden jaren tachtig kwam hij bij de kraakbeweging. Met tientallen kraakten ze het voormalige kantorencomplex van Shell, de Mariënburg. Zij waren de jonkies tussen de kraakveteranen, vertelt Schoenmaeckers.
'Louis rolde erin via studentenacties. De grote Nijmeegse kraakacties zoals rond De Pierson waren al geweest. Kraken paste binnen het linkse activisme. We waren met meer bezig: anti-racisme, anti-militairisme, anti-kernenergie en anti-fascisme. Dat je bij bepaalde acties een risico liep, wisten we. Het hoorde erbij.'
Dat risico openbaarde zich toen Schoenmaeckers en Sévèke werden aangehouden na een gewelddadige ontruiming en krakersrellen. De aanklacht was lidmaatschap van een criminele vereniging en Sévèke kreeg als 'kerngroeplid' negen maanden gevangenis.
Het politie-onderzoek en de rechtszaken vormden een 'cruciaal moment' in het leven van Sévèke, zegt Schoenmaeckers. Voor het eerst werd hij geconfronteerd met de werkwijze van justitie en kwam hij door bestudering van de processtukken erachter dat de politie gebruik had gemaakt van informanten. 'Vanaf dat moment wilde hij alles weten over politie en inlichtingendiensten.'
Hij werd een kritisch volger en voerde procedures tegen lokale autoriteiten. Door zijn toedoen kregen mensen inzage in hun dossier van de geheime dienst, hij behandelde klachten over de politie.
Maar vooral was hij betrokken bij twee belangrijke publicaties over de inlichtingendienst: De Tragiek van de Geheime dienst uit 1990 en met name Operatie Homerus (1998). Hierin onthulde hij samen met co-auteurs het bestaan van politie-informanten en hoe die door de dienst werden aangezet om wapens aan de kraakbeweging toe te spelen.
Na de moord wezen de eerste beschuldigende vingers naar een van de informanten, Cees van Lieshout, bijgenaamd Homerus. Hij woonde, na zijn leven als BVD-informant, op Kreta en hij stond bekend als iemand die geregeld met een wapen rondliep.
Dat de voormalige informant of de in Vrij Nederland opgevoerde 'Dave Nobel', die eveneens als infiltrant werd ontmaskerd door Sévèke, in beeld zijn bij justitie, lijkt logisch. In VN laat Nobel geen twijfel over zijn gevoelens voor het slachtoffer: 'Toen ik hoorde dat Louis dood was, dacht ik: yes!'
Volgens de woordvoerder van het korps Gelderland-Zuid zijn er geen rechercheurs naar Kreta gegaan om het spoor te onderzoeken. De kwestie met de informanten is mogelijk wel een van de twintig scenario's waarmee het Bamboeteam werkt. Er wordt gesproken van een 'breed onderzoek' waarin 'nog geen mogelijkheden zijn weggestreept'. De complete relatiekring, inclusief zijn homoseksuele contacten, zijn onderwerp van onderzoek. Zo ook zijn relaties met linkse activisten, daklozen, illegalen en krakers.
'Waar ik bang voor ben', zegt Ed Hollants, 'is dat de moordenaar nooit wordt gevonden. Dat we altijd moeten leven met de onzekerheid over wie, over waarom. Dan krijgt het nog meer de karakter van een sluipmoord, een moord die je nooit meer loslaat.'
De eerste keer dat Schoenmaeckers Louis zag, was vijf dagen na de moord. In Sancta Maria, waar Louis twee dagen lag opgebaard, voelde hij een ongekende woede opkomen. 'Ik was zo kwaad. Daar lag hij, verdomme, Louis. Ik wou dat ik 'm kon meenemen.' Rose wist dat ze op de begrafenis wilde spreken. Zich voorbereidend op wat ze in de St. Stevenskerk zou zeggen, kreeg ze eindelijk weer gedachten. Ze moest een beeld schetsen van haar Louis en wat hij voor haar had betekend. 'Alles tussen hem en mij was vanzelfsprekend.'
Raymond-Pierre zag de stoet van honderden vrienden, familie en kennissen voorbijtrekken en voelde ook trots. Het was een waardig afscheid, en geen protestbijeenkomst geworden. Een echte Nijmeegse gebeurtenis ook, voor iedereen. Oude mensen stonden stil, krakers met Palestina-sjaals liepen voorbij. Er stond zelfs een saluerende motoragent langs de route van de kerk naar de begraafplaats.
Als Louis dit had gezien, zegt Schoenmaeckers, had hij gedacht: véél te véél aandacht. Al die poeha, dat was niks voor hem.

Scenario's
De politie van het korps Gelderland-Zuid dat onderzoek doet naar de moord op Louis Sévèke heeft meer dan driehonderd getuigen gehoord en 'tientallen tips' nagetrokken. Het Team Grootschalig Onderzoek, in dit geval het Bamboe-team geheten, bestaat uit 31 rechercheurs. Vanuit het Openbaar Ministerie in Arnhem wordt het onderzoek geleid door officier van justitie Aidan van Veen. Er wordt gewerkt met twintig scenario's waarover de politie inhoudelijk geen mededelingen doet. Gesproken wordt wel van 'een breed onderzoek' en van het feit dat geen enkele mogelijkheid is doorgestreept. De politie ziet door de moord op Sévèke geen reden om anderen in activistenkringen te beveiligen.

Copyright: de Volkskrant