Geen extern expert in Sévèke-zaak Volkskrant 25 -3 - 2006

AMSTERDAM/NIJMEGEN - De verhoudingen tussen de intimi van de vermoorde activist Louis Sévèke en de politie zijn verder verslechterd nu het verzoek om een onderzoeker van buiten is afgewezen. De familie zegt teleurgesteld en verbaasd te zijn. Vooral omdat Floris Tas, de gekozen deskundige, een docent is van de Politieacademie en eerder als jurist verbonden was aan het korps Gelderland-Zuid.

Politie wijst verzoek van de familie af

Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht uit Nijmegen, spreekt van ‘een bureaucratische reactie’ van de politie. ‘Deze afwijzing is nergens goed voor’, aldus Buruma. ‘Hierdoor escaleert de situatie onnodig. De politie houdt hiermee weer de schijn op dat ze bang is voor pottenkijkers.’

Sinds de moord op Sévèke op 15 november 2005 heeft op verzoek van de groep familie en vrienden een aantal gesprekken plaatsgevonden met justitie en politie. Hierdoor wilden ze meer zicht krijgen op de voortgang van het onderzoek.

Uit verhoren van de directe kennissenkring bleek namelijk dat de vragen van de politie sterk gericht waren op persoonlijke zaken en dat er nauwelijks vragen over zijn werk werden gesteld. Bovendien is er twijfel of het Bamboeteam wel voldoende zicht heeft op alle mogelijke werkhypotheses en scenario’s. Om die reden werd Floris Tas benaderd, om als ‘onafhankelijk monitor’ te fungeren.

De politie zag geen heil in dit voorstel, omdat hierdoor ‘derden’ inzicht zouden krijgen in de opsporingsmethoden. Ook zou de privacy van getuigen in het geding komen, meende de politieleiding.

Voor de eerste keer beschikt de politie over een zogeheten Tegenspraakteam dat de bevindingen van de recherche in de gaten houdt. Dit is het gevolg van commissie-Posthumus die onderzoek deed naar de desastreuze wijze waarop de politie de Schiedamse parkmoord heeft onderzocht.

Sévèkes huisvriend en partner in diverse stichtingen, Frank Schoenmaeckers, noemt het een gemiste kans van de politie dat het toevoegen van een externe onafhankelijke terzijde is geschoven. ‘Er blijkt te veel angst te zijn bij de politie voor een onafhankelijke meekijker’, stelt Schoenmaeckers vast. ‘Zo legt de politie de aanbevelingen van de commissie-Posthumus wel erg krap uit.’

Buruma zegt dat van oudsher de relatie tussen de Nijmeegse activisten en de politie moeizaam is. ‘Dit was een manier om in dit onderzoek bij elkaar te komen’, meent Buruma. ‘Hier wordt een tussenweg geboden. Bij de politie zijn er mensen die weinig sympathie hebben voor de activisten en die waarschijnlijk dit voorstel als gezeur wegzetten. Ik vind het niet professioneel, zeker als het leidt tot zulk terughoudend gedrag.’