Antwoorden van de Minister van Justitie op vragen van GroenLinks en SP over het organiseren van tegenspraak
Antwoorden van de Minister van Justitie mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de vragen van de leden Vos (GroenLinks) en De Wit (SP) over het organiseren van tegenspraak bij lopende opsporingsonderzoeken (ingezonden 28 maart 2006, nr. 2050610450).
Vraag 1:
Kent u het persbericht van de familie en de vrienden van Louis Sévèke?
Antwoord 1:
Ja
Vraag 2:
Klopt het bericht dat het verzoek om een onafhankelijke monitor in het opsporingsonderzoek naar de moord op Louis Sévèke is afgewezen? Klopt het dat het verzoek door de politie Nijmegen is afgewezen omdat de privacy van alle getuigen op een juiste manier wordt beschermd, geen der gehanteerde onderzoeksmethoden wordt prijsgegeven en om te voorkomen dat informatie uit het lopende onderzoek uitlekt? Bestonden er op het moment dat de familie verzocht om een dergelijke onafhankelijke monitor aanwijzingen dat deze argumenten zouden spelen? Zo neen, waarom is dan toch op deze gronden het verzoek afgewezen?
Antwoord 2:
Door de familie en een vriend van Louis Sévèke is een verzoek gedaan om een persoon toe te voegen aan het reeds bestaande ‘tegenspraak’-team. Door de Districtschef van de Stad Nijmegen is schriftelijk gemotiveerd medegedeeld waarom dit verzoek is afgewezen. Daarbij heeft hij ook als argumenten aangevoerd dat de privacy van personen voorkomend in het onderzoek dient te worden beschermd, dat in het algemeen geldt dat gehanteerde onderzoeksmethoden in een onderzoek niet naar buiten moeten komen en dat er zo veel mogelijk moet worden voorkomen dat informatie uit het onderhavige lopende onderzoek naar buiten komt. Daarnaast heeft de Districtschef er op gewezen dat reeds – vanaf de eerste week van het onderzoek – een zogenaamd tegenspraak-team functioneert. Dit team bestaat uit 5 personen die niet bij het onderzoek zijn betrokken en waarvan er 3 afkomstig zijn uit andere politieregio’s dan Gelderland-Zuid.
Wat betreft het onderdeel van de vraag of er op het moment van het verzoek van de familie ‘aanwijzingen zouden bestaan dat deze (lees: eerstgenoemde 3) argumenten zouden spelen’ kan worden opgemerkt dat deze argumenten in het algemeen gelden.
Vraag 3:
Deelt u de mening dat het in een dergelijk strafrechtelijk onderzoek, dat de publieke gemoederen zeer bezighoudt, aangewezen is om de aanbeveling van de Commissie-Posthumus over te nemen om niet bij het onderzoek betrokken (recherche)deskundigen te betrekken, die uit hoofde van hun deskundigheid de beschikbare informatie tegen het licht houden en op grond van hun ervaring en deskundigheid vragen kunnen stellen of nog niet in het onderzoek aangevoerde argumenten te berde kunnen brengen? Ligt het in dit opsporingsonderzoek niet in de rede om een dergelijke onafhankelijke monitor toe te voegen aan het tegenspraakteam van de politie?
Antwoord 3:
In een onderzoek als het onderhavige is het zeker aangewezen om zo veel mogelijk de aanbeveling(en) van de commissie Posthumus over te nemen. Derhalve is door de korpsleiding van de regio-politie Gelderland-Zuid, na overleg met het Openbaar Ministerie te Arnhem, de beslissing genomen om genoemd tegenspraak-team in te stellen. Daarmee wordt aan de aanbeveling voldaan om niet bij het onderzoek betrokken recherche-deskundigen bij het onderzoek te betrekken. Daarbij zij opgemerkt dat de aanbevelingen van de commissie Posthumus er niet toe strekken om personen van buiten de politie-organisatie bij een onderzoek te betrekken. Het gaat daarbij om het ‘intern’ organiseren van ‘tegenspraak’. In mijn brief aan uw kamer van 11 november 2005 heb ik om deze reden uiteen gezet dat tegenspraak in beginsel plaatsvindt door collega’s uit hetzelfde regiokorps (TK 2005–2006, 30 300 VI, nr. 32, p. 3). Op dit punt is de korpsleiding van Gelderland-Zuid derhalve reeds verder gegaan, door ook 3 personen van buiten het eigen politie-korps bij het tegenspraak-team te betrekken.
Vraag 4.:
Deelt u de mening dat een verzoek om het toevoegen van een dergelijke onafhankelijke monitor beoordeeld dient te worden door het Openbaar Ministerie en niet door de politie zelf als formele opdrachtgever van het opsporingsonderzoek in kwestie?
Antwoord 4:
Zoals ik al in mijn antwoord op vraag 3 heb aangegeven heeft de commissie Postumus geadviseerd om in een bepaalde categorie zaken, waartoe ook het onderzoek naar de moord op Louis Sévèke behoort, tegenspraak te organiseren binnen de eigen organisatie. Naar het oordeel van de parketleiding van het Openbaar Ministerie Arnhem was het verzoek, dat de samenstelling van het tegenspraak-team raakt, dan ook een verzoek dat — ook al was het aan het aan de zaaks-officieren van justitie gericht — aan de politie diende te worden gericht. Het Openbaar Ministerie te Arnhem is op de hoogte gesteld van het voornemen van de politie om het verzoek af te wijzen alsmede geïnformeerd omtrent de redenen daarvoor. Het Openbaar Ministerie in Arnhem heeft vervolgens van instemming daarmee blijk gegeven.
Vraag 5:
Bent u bereid opdracht te geven om een onafhankelijke monitor, bijvoorbeeld een niet-politiefunctionaris die terzake kundig is op het gebied van politiewerk, toe te voegen aan het tegenspraakteam van de politie?
Antwoord 5:
Gezien de antwoorden op de vragen 2, 3 en 4 zie ik hiertoe geen aanleiding.