Gelderlander: Rose Sévèke hoeft haar naam niet meer te spellen

Door MARTIJN VAN BEEK en ERIC REIJNEN

Dinsdag 14 november 2006 - Rose Sévèke is de zus van activist Louis Sévèke. Op 15 november 2005 verloor de Nijmeegse haar broer en haar anonimiteit. Samen met Frank Schoenmaeckers – huisgenoot, collega en goede vriend van Louis – vertelt ze over het gemis. „Het was – en is – volkomen onwerkelijk.”

15 November. Rose Sévèke (41) heeft niet zoveel met data. „Maar ik ervaar een groeiende onrust naar die dag toe. Vanwege de herdenking. Ik word gedwongen erover na te denken, wat ik anders vaak vermijd. Noem het herbeleving. Ik heb het nog geen plek gegeven.”
Het was op die datum verleden jaar dat tegen middernacht beneden de telefoon ging. Rose lag al in bed. „Ik sliep zo goed als, werd er wakker van. Ik dacht meteen: er moet iets zijn, op dit tijdstip.”

Broer Raymond-Pierre belde vanuit Amsterdam „Hij vroeg of ik zat. Nee dus. Of ik dat dan wilde doen.” Louis was dood. Doodgeschoten. „Het was – en is nog steeds – volkomen onwerkelijk. Ik heb meteen Frank gebeld. Ik móest het van hem ook nog horen.”
Frank Schoenmaeckers (42) was de beste vriend, collega en huisgenoot van Louis.
Hij was toen ook al op de hoogte van het vreselijke nieuws. „Een vriend kwam tegen tienen vragen of Louis thuis was, omdat in de stad wat was gebeurd. Louis zou om negen uur thuis zijn, maar bleek er niet te zijn. Ik dacht meteen: dit is niet goed.”

Hij is de stad nog ingelopen om te kijken wat aan de hand was. Hij zag een glimp van het politieonderzoek in de Van Welderenstraat. En koos meteen een andere weg. „Het voelde niet goed. Ik heb continu de mobiel van Louis gebeld. En naar huis, in de hoop dat hij op zou nemen.” Tegen beter weten in. „Toen de agenten bij mij thuis kwamen, heb ik ze gezegd dat ze niets hoefden zeggen.”

Wat volgde was een bizarre tijd, met ook nog eens een heleboel media-aandacht.
Frank: „Louis deed de publicitaire kant van ons werk. Hij was daar beter in. Ineens moest ik het gaan doen.” Een jaar na dato is er nog geen zicht op een verdachte. Frank zegt dat het ’m in het begin geen reet kon schelen wie het gedaan had. „Voor mij telde maar één ding: ik wilde Louis terug. Dat is nog steeds het belangrijkste. De dader vinden is een nieuw hoofdstuk, dat de andere hoofdstukken niet zal veranderen.”

Voor Rose zijn de moord en de dood van haar broer twee verschillende dingen. „Puur het feit dat hij op zijn 41ste dood is, is al moeilijk zat. Dat hij vermoord is, komt daar nog bij.” Frank: „Als ze morgen bellen met de boodschap dat ze iemand hebben, zal ik me niet anders voelen. Het lost het probleem dat Louis er niet meer is, niet op.”
Hij wisselt goede dagen af met slechte. „Ik kan weer lachen, vrolijk zijn, maar ook zomaar heftig reageren om niets.” Zijn levensritme heeft hij min of meer hervonden. Hij heeft de zaken opgepakt waar Louis aan werkte. Samen runden ze enkele bureaus; voor onderzoek naar veiligheidsdiensten, om mensen bij te staan met klachten over de politie. „ Het leven gaat door. Maar ik weet niet of het ooit nog normaal wordt. We bespraken ieder stuk voor het de deur uitging. Als klankbord mis ik Louis gruwelijk.”

Rose werkt op een school. Ze bezorgde, twee weken na de moord, menigeen kippenvel met een optreden tijdens een schoolmusical in de Stadsschouwburg. Zoals ze de St.-Stevenskerk ook liet sidderen met een solozang tijdens de uitvaart. „Met die musical waren we al anderhalf jaar bezig. Ik dacht: ik moet het proberen. Het was heel vreemd daar te staan.
Ik was even in een andere wereld. In mijn hoofd was een knop omgezet.” In dezelfde week is ze ook weer gaan werken. „Niet dat je zo je leven weer oppikt, maar je weet dat het goed is weer onder de mensen te zijn, ritme te vinden.”
Ze vindt zichzelf nog altijd gevoeliger dan eerst. Maanden vermeed ze het haar achternaam te noemen. „Ik was mijn anonimiteit verloren, hoefde ineens mijn naam niet meer te spellen. Ik werd bang voor de reacties die daarop volgden.”

De grote interesse voor Louis z’n dood aanvaarden ze. Frank: „Behalve wanneer iets in de pers niet klopt. Dat is echt vervelend. Maar het enige dat we kunnen doen is de zaak in de publiciteit houden. Het is onze taak de dader en onbekende getuigen niet met rust te laten. We blijven ze aanspreken op hun geweten.”
De spandoeken die op de plek van de moord hangen zijn daar een voorbeeld van. Maar vrienden en familie hebben meer in petto. „Er zijn momenten dat de pers toch wel komt: bij een reconstructie, rond de vijftiende. In de leegtes daartussen willen we eigen acties hebben.”
Een procedure die Frank bij de rechter voert namens Rose en Raymond-Pierre is of zij het verzoek mogen voortzetten van Louis om zijn BVD-dossier in te zien.
Rose: „Het gaat me nog niet eens zozeer om wat er in staat. Maar Louis was er vanaf 1992 mee bezig en heeft het zelf niet af kunnen maken. Het was voor hem belangrijk, dus voor mij nu ook.” ‘Als klankbord mis ik Louis gruwelijk’

Uit het Gelderlander dossier over de moord op Louis