Vrij Nederland: Ontmaskerde agenten in onderzoek Sévèke

De nabestaanden van de vermoorde activist Louis Sévèke willen graag een ex­­terne monitor op het rechercheonderzoek. Niet nodig, vonden politie en justitie. Dat is nog maar de vraag, nu blijkt dat voormalige medewerkers van de Plaatselijke Inlichtingen­dienst betrokken zijn bij het onderzoek. Ze werden eerder door Sévèke ontmaskerd.

Door Marian Husken en Harry Lensink

Het was vorige week een jaar geleden dat Louis Sévèke werd vermoord. Bij die gelegenheid benadrukte de Nijmeegse burgemeester Guusje ter Horst dat het geen probleem is dat het Nijmeegse korps zélf onderzoek doet naar de liquidatie – ondanks vroegere tegenstellingen tussen de activist en de politie. Nabestaanden en andere betrokkenen zetten daar grote vraagtekens bij. Kan een korps wel zichzelf onderzoeken? Worden alle scenario’s serieus bekeken? Of is er juist angst om bepaalde wegen in te slaan?

‘Het is juist belangrijk bij zo’n complex onderzoek onafhankelijkheid te garanderen. Samenwerking met de nationale recherche of rijksrecherche had voor de hand gelegen,’ zegt Floris Tas. ‘Deze zouden dan scenario’s kunnen onderzoeken waarbij het Nijmeegse korps zelf in het geding is.’

Tas, docent publiekrecht aan de Politie­academie in Apeldoorn, werd vlak na de moord naar voren geschoven als externe monitor van het rechercheonderzoek. Tas gaf als docent les aan menige rechercheur. Ook politiemensen die nu betrokken zijn bij het moordonderzoek zaten in zijn klas. De jurist kende ook het slachtoffer. Als voormalig hoofd Bestuurlijk-Juridische Zaken bij het politiekorps Gelderland-Zuid was hij de tegenspeler van Sévèke. De activist bestookte het korps met klachten en juridische procedures namens de Nijmeegse alternatieve scene. Ondanks hun tegengestelde belangen konden Tas en Sévèke goed met elkaar overweg. ‘Vrienden kon je ons zeker niet noemen, maar ik vond het goed dat iemand kritisch keek naar het politieoptreden.’

Toch werd Tas in maart 2006 geweigerd. Het korps wilde geen pottenkijkers. De Politieacademie legde hem zelfs een spreekverbod op. Nu, een halfjaar later, wil hij niet langer zwijgen. Allereerst legt de docent, die benadrukt dat hij op persoonlijke titel spreekt, uit waarom een monitor noodzakelijk is. ‘Laat ik vooropstellen dat ik geen enkele twijfel heb bij de inzet en de gemotiveerdheid van het huidige team. Daarin zitten doorgewinterde rechercheurs en het onderzoek wordt geleid door een bevlogen officier van justitie,’ zegt Tas. ‘Mijn argumenten waren deels zakelijk en deels menselijk.’
Het huidige onderzoek kent al een zogenaamd tegenspraakteam, afkomstig uit het eigen korps. Dat team moet rechercheurs behoeden voor tunnelvisie. Volgens Tas zou het goed zijn als daaraan een vertrouwenspersoon van de familie wordt toegevoegd. ‘Dat zou meer vertrouwen in het onderzoek kunnen geven. Daar komt nog eens bij dat er geen mogelijkheid is om politieonderzoek te beoordelen wanneer een zaak zonder verdachte eindigt.’ In de zaak-Sévèke is dat volgens Tas extra van belang, omdat het onderzoek wordt uitgevoerd door het korps Gelderland-Zuid, waarmee het slachtoffer regelmatig overhoop lag. Tenslotte meent de politiedocent dat een vertrouwenspersoon ook de familie wat meer rust kan geven. ‘Ook daarvoor dient in de opsporing oog te zijn.’

De Politieacademie steunde het initiatief in eerste instantie. Maar de uiteindelijke beslissing lag bij de districtschef van Nijmegen. Hij liet in maart van dit jaar weten dat het korps niet zat te wachten op meekijkende buitenstaanders. Volgens justitie en politie wordt het Bamboe-onderzoek al voldoende gecontroleerd door het tegenspraakteam. Er moesten niet nog meer mensen over de schouders van het team meekijken. Vanuit de politiek en de leiding stond er immers ook al druk op het team.

Bovendien was men bang voor lekken van informatie over de opsporingsresultaten en het schenden van privacy. Ook werd er getwijfeld aan de onpartijdigheid van Tas. De jurist is naast docent aan de Politieacademie lid van GroenLinks. Tas vindt de argumenten van de Nijmeegse politie niet overtuigend. ‘Integriteit is voor mij een groot goed. Doordat het onderzoek onder de vlag van de academie kon plaatsvinden, was vertrouwelijkheid gegarandeerd. Maar wellicht ben ik wat naïef geweest om er vanuit te gaan dat mijn onpartijdigheid voor de Nijmeegse politie vanzelfsprekend zou zijn.’ De districtschef hield voet bij stuk, dus achtte Tas het raadzaam om een stap terug te doen. Maar ook het aanbod om iemand anders af te vaardigen als monitor werd afgewezen.

Scenario’s
Monitor of niet, het Bamboe-team doet zijn best om zo onafhankelijk mogelijk over te komen. De rechercheurs werken op dit moment met twintig scenario’s. Niets wordt uitgesloten, naar eigen zeggen ook betrokkenheid van de politie zelf niet. Anderhalve week geleden werd bekend dat ook directe collega’s zijn gehoord. Het gaat onder meer om voormalig medewerkers van de Plaatselijke Inlichtingendienst (PID). De PID – inmiddels opgegaan in de Regionale Inlichtingendienst RID – werd na de oorlog opgericht. Het gaat om politiemensen die naast hun reguliere werkzaamheden ook informatie verzamelen ten behoeve van de openbare orde. Die informatie wordt doorgespeeld aan de burgemeester en de AIVD (toen de BVD).

Ook op dit punt spreekt Floris Tas zijn zorg uit. Hij vraagt zich af of de RID en het team dat de moord onderzoekt wel voldoende informatie uitwisselen. ‘Voor toevoeging van AIVD-informatie aan het strafproces zijn sinds januari 2006 formele afspraken gemaakt. Die afspraken gelden niet voor de RID’s. Er kunnen dus nog belangrijke gegevens voor het moordonderzoek ergens in een laatje liggen. Het zou goed zijn als de commissie “Stiekem” (de Tweede Kamer-commissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, red) hieraan aandacht besteedt. Want alleen zo is er garantie dat alle informatie alsnog bij het team terecht komt.’

En dat is volgens hem noodzakelijk, alleen al omdat Sévèke een roerige relatie had met de inlichtingendienst. Sévèke en zijn medeactievoerders ontmaskerden in 1990 zeven Nijmeegse PID’ers, die onderzoek deden naar de krakersscene. In het boek De Tragiek van een Geheime Dienst; een onderzoek naar de BVD in Nijmegen werden de PID’ers met naam en adres genoemd. De auteurs – van wie de identiteit nooit officieel werd bekendgemaakt, maar Sévèkes hand is door verschillende bronnen bevestigd – publiceerden ook foto’s van deze politiemensen. Het leidde tot grote onrust bij het Nijmeegse korps (zie elders in het Dossier Louis Sévèke).

Een van hen, Rob Paulis, is inmiddels adjunct-hoofd Divisie Centrale Operationele Zaken, dat de recherche ondersteunt.
In het boek uit 1990 komt Paulis volop aan bod. Hij staat op verscheidene foto’s en Sévèke en de zijnen geven gedetailleerde privégegevens. De regionale krant De Gelderlander citeerde hem afgelopen weekeinde als ‘anonieme politiechef’. Tegenover de krant reageerde hij met: ‘Er loopt een onderzoek naar de moord op meneer Sévèke, dus is het niet netjes om daarover te praten.’ Dat vindt ook Tas. ‘De familie heeft altijd zorgvuldig vermeden om te speculeren over scenario’s of personen en daar sluit ik mij van harte bij aan.’

Toch is de betrokkenheid van voormalig PID’ers volgens hem een reden om alsnog een deel van het onderzoek aan buitenstaanders uit te besteden. ‘Nu komt onnodig en onbedoeld ook de integriteit van individuele politiemensen in het geding en daar is niemand mee gediend.’

Uit Vrij Nederland 25-11-2006