Gelderlander: Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift

|

Marcel T., de verdachte van de moord op Louis Sévèke, streek begin jaren negentig in Nijmegen neer. Mensen die hem daar meemaakten, schetsen in verhoren bij de politie het beeld van een wantrouwende en eenzame man. Dat beeld komt overeen met wat Marcel aan zijn dagboek toevertrouwde en wat hij nu aan de politie vertelt.

Maar zijn houding was ook hooghartig. T. was er van meet af aan van overtuigd dat hij als verklikker of infiltrant van de autoriteiten werd gezien. Hij hield vooral Louis Sévèke verantwoordelijk voor zijn vertrek uit de krakersbeweging, omdat deze hem zou hebben beschuldigd een infiltrant te zijn.
Dat blijkt uit T.’s dagboek en uit de verhoren van het Nijmeegs rechercheteam. In 1993 liep T. bij boekhandel Assata binnen. Hij was een nieuweling, bij niemand bekend, en wekte daardoor inderdaad argwaan, zo vertelde Marcel de politie. Hij was met name bang dat hij zou worden onderworpen aan een hardhandig krakersverhoor. Binnen de beweging deden immers allerlei verhalen de ronde over de wijze waarop met verklikkers werd omgesprongen. Tijdens hun ondervraging zouden zij in kelders van kraakpanden geboeid op een stoel met een zak over hun hoofd worden mishandeld, verklaarde T. tegenover de recherche.

Anderzijds hoopte hij dat het tot zo’n verhoor zou komen, want dan zou hij juist kunnen bewijzen dat hij geen politie-informant was. Dat nieuwelingen een tijdje in de gaten werden gehouden, is volgens een ex- kraker een standaardprocedure. In de jaren negentig schroomden de politie en de inlichtingendiensten niet om infiltranten in te zetten om de Nijmeegse krakersscene in beeld te krijgen. De voormalige activist ver- onderstelt dat er in het geval van Marcel T. ‘echt helemaal geen aanleiding was om zo paranoia te zijn’. „ Op hem rustte, voor zover ik weet, helemaal niet de verdenking dat hij fout zou zijn. Verbazingwekkend dat hij zo lang heeft lopen malen. Ja, als je je niet uit en de kans ontloopt gecorrigeerd te worden, kan het natuurlijk goed mis gaan. Het lijkt wel of hij zijn eigen roman is gaan leven”, aldus een ingewijde uit de Nijmeegse links-activistische kring.

In het dagboek en de verhoren komt Marcel T. naar voren als een intelligente, introverte en eenzame man die zich snel buitengesloten voelt. Een solist. Weloverwogen en bedachtzaam formulerend. Het dagboek, zo blijkt uit zijn relaas, is zijn klankbord, zijn beste vriend als het ware.
Dat dagboek leest als een autobiografie, waarin T. veel intieme details over zijn leven prijsgeeft. Ook beschrijft hij zijn motieven voor het plegen van bankovervallen en bomaanslagen. Zo hebben een gebeurtenis in zijn jeugdjaren en de Nijmeegse krakersperiode, naar het schijnt, een zware wissel op zijn gevoelsleven getrokken. Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift. Hij pendelde na 1999 tussen Nederland, België en Spanje zonder sporen na te laten. Ook wisselde hij regelmatig van identiteit. Vrijwel niemand, op een enkel familielid na, is volgens welingelichte bronnen in staat gebleken om een meer dan oppervlakkige schets van hem te geven.

T. heeft inmiddels ook verklaard hoe hij bij de moord op Sévèke te werk is gegaan. Hij wachtte zijn slachtoffer op dinsdag 15 november 2005 buiten op. Sévèke woonde in het voormalige krakersbolwerk Grote Broek een vergadering bij, maar verliet de bijeenkomst voortijdig voor een privé-afspraak.
Op de hoek van de Van Welderenstraat en de Eilbrachtstraat werd Sévèke door T. benaderd. Na de liquidatie wandelde Marcel kalm weg. Een verschrikte voorbijganger die hem tegemoet liep, liet hij weten dat er waarschijnlijk was geschoten.

Gelderlander 21 april 2007