Gelderlander: De afrekening van oud-kraker Marcel T.
Op een dag in Spanje besloot Martinus Hendrikus (Marcel) T. schoon schip te maken. De oud-Wijchenaar had in Nijmegen nog een rekening uit zijn krakersverleden openstaan. Op dinsdag 15 november 2005 schoot hij in de binnenstad van Nijmegen de activist Louis Sévèke op straat dood. Woensdag dient in Arnhem de rechtszaak.
door Paul Bolwerk en Henk van Gelder
Hé, Louis.” Voordat hij zijn wapen afdrukt, ontwaart Martinus Hendrikus (Marcel) T. een blik van herkenning bij de Nijmeegse activist Louis Sévèke. Tweemaal schiet hij Sévèke in het bovenlichaam. De 41-jarige Nijmegenaar zijgt ineen. Rustig bergt de schutter zijn wapen op in een sporttas en verlaat de moordplek. Louis Sévéke overlijdt op straat. Tot verbijstering van tientallen getuigen. Missie na twintig jaar volbracht, denkt Marcel T. voldaan.
Rustig had Marcel T. dinsdagavond 15 november 2005 Louis Sévèke staan opwachten. Blikkend door de grote ruit van het voormalige krakersbolwerk De Grote Broek had hij hem binnen al zien staan. Even rustig als vastberaden was hij Sévèke gevolgd toen die rond negen uur naar buiten kwam. Even verderop, op de hoek van de Van Welderenstraat en Eilbrachtstraat, berooft T. Sévèke van het leven.
Met een korte omweg wandelt hij daarna naar het NS-station. Terwijl Nijmegen de eerste hectische momenten beleeft van het omvangrijkste rechercheonderzoek in de stad ooit, treint de voormalige kraker naar het hotelletje dat hij elders heeft geboekt. Een dag later overvalt hij een filiaal van de ABN AMRO in Leiden. Hij heeft geld nodig. Via Antwerpen reist de bankovervaller naar Spanje. Het moordwapen dumpt hij in de Schelde, vlak bij zijn huis.
In het hele land wordt geschokt gereageerd op de moord. Niet alleen is op een doordeweekse avond zomaar iemand koud en kil op straat doodgeschoten. Het slachtoffer is al decennia het gezicht van actievoerend Nijmegen. Sévéke geldt als een geducht criticus van politie, justitie en met name de inlichtingendiensten. Toenmalig burgemeester van Nijmegen en huidige minister van binnenlandse zaken, Guusje ter Horst, roemt hem de dag na de moord als de spreekwoordelijke luis in de pels.
Uitgerekend het korps Gelderland-Zuid met wie Louis Sévéke geregeld juridische procedures uitvecht, moet de moord oplossen. Het zogenoemde Bamboeteam heeft het zwaar. De druk is hoog. Rechercheurs worden door getuigen uit de links-radicale hoek zowel wantrouwend als neerbuigend bejegend.
Het slachtoffer is voor de recherche moeilijk te doorgronden. Zowel zakelijk als privé begeeft Sévèke zich in verschillende werelden die van nature gesloten zijn. Het Bamboeteam onderzoekt 23 moordscenario’s, van de homowereld, de eigen politiekring, het daklozencircuit tot extreem rechts. In het Sévèke-onderzoek gaan uiteindelijk 70.000 manuren zitten.
Niemand denkt aan die onopvallende, zachtaardige kraker van ruim twintig jaar geleden: Marcel T. uit Wijchen. Afkomstig uit een doorsnee gezin rolt Marcel T. begin jaren negentig de Nijmeegse krakersbeweging in. Het contact met zijn ouders is altijd goed gebleven. De vrijbuiter Marcel voelt zich echter als een magneet tot de vrijgevochten krakerswereld in Nijmegen aangetrokken. Hij verwacht er louter zielsverwanten aan te treffen. Vanaf dag één voelt Marcel zich niet geaccepteerd. Zijn mede-krakers beschouwen hem als verklikker of infiltrant, zo is hij zelf overtuigd. De door hem geproefde argwaan ervaart hij als diepe vernedering.
T. is bang dat hij wordt onderworpen aan een hardhandig krakersverhoor. Binnen de beweging doen tal van enge verhalen de ronde over de wijze waarop met verraders in de jaren tachtig is omgesprongen. Tijdens hun ondervraging zouden zij in kelders van kraakpanden geboeid met een zak over hun hoofd worden mishandeld. T. vreest eenzelfde lot. Stiekem hoopt hij juist op zo’n verhoor. Hij zou bewijzen geen informant te zijn. T. ergert zich wild aan de ‘dubbele moraal’ in de krakerswereld. Hij is overtuigd vegetariër. Tot zijn afschuw ziet hij ‘vegetarische kameraden’ schuimen in de containers van de supermarkt om zojuist weggegooide vleespakketten uit het afval te vissen.
Zijn krakersvrienden zijn in zijn ogen maar softe zwakkelingen die hun principes gemakkelijk verloochenen. Daden ontbreken, ziet hij teleurgesteld. In het diepste geheim besluit hij zelf tot actie over te gaan. Hij sticht in 1994 en 1995 brand bij een BP-tankstation en de Credit Lyonais in Nijmegen. Een aanslag op dezelfde Franse financiële instelling in Arnhem een jaar later mislukt. In 1996 ontploffen er bommen in Arnhem. Het Franse Banque Paribas en chemiebedrijf BASF zijn doelwit.
Op de redactie van het linkse actieblad Ravage arriveert een claimbrief: ‘Arnhem. De vervuiler betaalt. Ook oude rekeningen. 10 okt.4.5.V4’. De brief is ondertekend door de ondergrondse milieuactivisten van het Earth Liberation Front (Elf). Het zogenoemde Bastionteam van de Arnhemse politie speurt tevergeefs in krakerskringen. De AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) benadert zonder succes activisten.
De aanslagen worden nooit opgehelderd. Pas elf jaar later in de autobiografische roman van Marcel T. lezen agenten de ware toedracht. Bewust pleegt T. de bomaanslag op Paribas in het kader van de Week van de Aarde. Het is zijn statement tegen de grote milieuvervuilers (Frankrijk houdt op het eiland Mururoa in de zuidelijk Stille Oceaan kernproeven), zo schrijft hij.
T.’s kennis van chemie en mechanica komen goed van pas bij het knutselen van de bommen. De explosieven voorzien van een ontvlambaar mengsel van luciferkoppen en sterretjes gaan in een voorraadbus, gekocht bij de Xenos in Nijmegen.
Bevangen door paranoia verlaat T. Nijmegen. Bij zijn vertrek zweert hij ooit wraak te zullen nemen voor het grote onrecht dat hem is aangedaan. De Nijmeegse kraker raakt daarna op drift. Beurtelings verblijft hij in Nederland, Spanje en België. Buiten Nijmegen heet Marcel Mark. In Antwerpen noemt hij zich Martinus.
Bovenal blijft T. een eenling. Zijn diepgewortelde argwaan – zijn tweede natuur – belemmert het aangaan van vriendschappen. Zijn enige normale contact is dat met zijn familie. Zijn vader en moeder zijn naderhand verbijsterd en totaal verslagen. Marcel is weliswaar een vrijbuiter, maar een brandstichter, bommenmaker, bankovervaller en moordenaar? Het valt nauwelijks te geloven. Het verdriet dat hij zijn ouders aandoet spijt hem vreselijk, zegt Marcel later. De kraker en bommenmaker ontpopt zich tot een succesvolle, ongrijpbare bankovervaller. The Heat is één van zijn lievelingsfilms en inspiratiebron. Hij herkent zich in de gentlemen-bankovervallers Robert de Niro en Al Pacino, die na het beroven van de bank lekker op het strand gaan liggen zonnen. Zo ziet T. zichzelf graag ook. Bedankt en tot ziens, zegt hij na elke overval beleefd. Bij de ABN AMRO in Leiden zien ze hem inderdaad twee keer terug.
Tijdens de overvallen draagt hij reservekleren in een tas bij zich. Buiten kleedt hij zich snel om. Toesnellende agenten lopen hem steevast voorbij.
T. bekent acht bankovervallen. Zijn eerste, juli 1999, in Nijmegen verloopt onwennig. De bediende van het Grenswisselkantoor op het NS-station bespot de jongen met de skibril om zijn speelgoedpistool. Met een rood hoofd van schaamte verlaat T. de kiosk, toch honderden guldens rijker. „Ik zag er ook niet gevaarlijk genoeg uit”, bedenkt hij zich. T. leert snel. Hoewel hij soms zwemt in het geld, leeft hij zeer sober. In Nederland rijdt hij in oude barrels. Als de wagen het begeeft laat hij de auto gewoon achter.
Van zijn buit betaalt T. de huur van zijn appartementen in Spanje, Rotterdam en Antwerpen. Hij heeft tal van uitzendbaantjes, maar blijft onopvallend en is oppervlakkig in contact. Mensen herinneren zich hem daardoor nauwelijks. Degenen die dat wel doen, schetsen hem als bescheiden en zachtaardig. Vanuit zijn kamer op de eerste verdieping boven eetcafé Boven de Wet in Antwerpen kijkt hij uit op een hypermodern gerechtsgebouw, vanwege de puntdaken in de Antwerpse volksmond beter bekend als de ‘Frietzakskes’. ‘Tout’ justitieel Antwerpen komt hier voor de lunch. Binnen hangt een toga aan de muur. Buiten op het terras nemen sigaretten rokende advocaten dossiermappen door alvorens ze de Bolivarplaats oversteken naar het tegenovergelegen paleis van justitie.
In Barcelona slaapt en leeft Marcel vooral in een Fiat-busje met Belgisch kenteken. Aansluiting vindt hij ook in de Spaanse hoofdstad nergens. Het versterkt zijn gevoel van eenzaamheid. Emotioneel is Marcel T. aan het eind van zijn latijn. De balans opmakend denkt hij diep na over de zin van het bestaan.
Het concrete moment kan T. zich niet herinneren, maar hij besluit naar Nijmegen te gaan om ‘schoon schip’ te maken met zijn krakersverleden. Zijn arrestatie in Barcelona anderhalf jaar later voor de moord op Louis Sévèke ondergaat Marcel T. gelaten. Zijn leven is klaar. Alles wat hij zich ooit had voorgenomen is uitgevoerd.
Gelderlander 30 juni 2007