Slachtofferverklaring Rose

|

Op donderdag 21 februari sprak Rose Sévèke in de rechtbank de onderstaande verklaring uit. Een slachtofferverklaring mag alleen ingaan op het persoonlijk ervaren leed of schade en niet op de inhoud van de rechtzaak, deze komt dan ook niet aan de orde in de verklaring.

-------------------
Verklaring Rose Sévèke

Als zus van een slachtoffer in een moordzaak, heb ik het recht om de rechtbank te informeren over de gevolgen die dit delict voor mij hebben gehad en hebben. Hoewel het mij enorm veel moeite kost om hier te zijn en om mijn stem te laten horen, heb ik besloten om deze kans te grijpen.

Eerste reactie
Op 15 november 2005 kreeg ik rond half 12 ’s avonds te horen dat mijn broer Louis vermoord was. Dit was via een telefoontje van mijn andere broer Raymond-Pierre. Vanaf dat moment was het alsof ik in een andere wereld stapte. Ik registreerde wat ik hoorde en zag op een onechte manier. Ik besefte toen niet wat er gebeurd was en ik weet niet eens of ik dat op de dag van vandaag wel helemaal doe. Er heerste op dat moment vooral ongeloof. Ik raakte in shock, maar was tegelijk ook heel helder van geest.

Ik ging meteen naar het huis van Louis. Daar waren de huisgenoot van Louis en twee andere vrienden maar ook een hoop vreemden en dat was zeer onprettig. Ik voelde mij alsmaar slechter. De politie heeft de dienstdoende huisarts opgeroepen en die heeft mij kalmerende middelen voorgeschreven. Deze heb ik, sinds die dag, driekwart jaar elke dag gebruikt, afgewisseld met slaapmedicatie, die ik nu nog altijd gebruik. Op een gegeven moment arriveerde mijn oudste broer ook. Iets later ben ik naar huis gegaan en heb ik even geslapen. De volgende ochtend heb ik een aantal mensen moeten bellen om over Louis te vertellen, zodat ze het nieuws over de moord niet als eerste via de media zouden vernemen.

In de eerste week stond ik puur op overlevingsmodus en dat was nodig om in die week; - naasten en anderen te informeren over het overlijden van Louis, - een 2,5 uur durend getuigenverhoor bij de politie te ondergaan, - naar het mortuarium te gaan om samen met mijn andere broer, Louis te identificeren, - samen met anderen zijn begrafenis voor te bereiden, - aanwezig te zijn bij zijn opbaring, - afscheid te nemen van zijn lichaam en hem te begraven. Daarnaast moest ik een manier zien te vinden om om te gaan met de hele gang van zaken rond het politieonderzoek en alle zeer onwerkelijk aandoende media-aandacht.

Gemis
Ik had vanaf onze vroege jeugd een zeer hechte band met Louis. Hij was mijn broer, maar ook een maatje. Ik wist altijd dat hij er was en dat ik op hem kon bouwen. Hij was een constante factor in mijn leven. Ik mis iemand die in ieder opzicht absoluut onvervangbaar is. Hij was de enige die mij altijd op kon beuren. We beleefden veel dingen op dezelfde manier. Een uiting daarvan was dat ik met hem zeer langdurig de slappe lach kon hebben en die heb ik sinds zijn dood niet meer gehad.

Zingen
Ik zong graag. Ik kon daar eerder veel emotie in kwijt, het is een manier om mijzelf te uiten. Ik heb nog gezongen op Louis zijn begrafenis maar sindsdien lukt het niet meer.

Werken
Amper 2 weken na het overlijden van Louis ben ik weer aan het werk gegaan. Ik heb gedaan waarvan ik dacht dat het voor mij het beste was en dat was: doorwerken. Ik denderde gewoon door. Tot begin 2007 is dit gelukt, maar toen ging het echt niet meer. Ik raakte zowel psychisch als lichamelijk overbelast. Na drie maanden ben ik weer enigszins gaan werken en sinds oktober j.l. werk ik weer volledig. Wat dat betreft heb ik het eindelijk weer op de rit.

Rol
Doordat de moord op en de persoon van Louis zoveel aandacht heeft gehad in de media, werd ik in een soort rol gedrukt, die van nabestaande van een moordslachtoffer. Ik maak de grootste ramp uit mijn leven mee en iedereen weet het. Dat past helemaal niet bij mij. Het is voor mij dan ook al heel wat dat ik deze verklaring op laat stellen.
Door ongenuanceerde en incorrecte berichtgeving via verschillende media heb ik regelmatig de wens gehad zaken recht te willen zetten, maar moest iedere keer weer toegeven aan de onmacht om dit te bewerkstelligen. Aan alle kanten werd gespeculeerd, iets waar ik niet aan mee wilde doen en waar ik mezelf dus voor moest afschermen. Bovendien werd ik door het onderzoek geconfronteerd met dilemma’s, waar ik het met maar één iemand over zou willen en kunnen hebben, maar die was er niet meer.
Ik kwam erachter wat men bedoeld als men zegt: “Ik word geleefd”. Ik werd in een werkelijkheid gedwongen, waar ik met mijn gevoel en verstand totaal niet bij kon. Alsof het al niet schrijnend genoeg was dat mijn broer en goede vriend was overleden, moest ik ook iets met het gegeven dat hij vermoord is. Door de manier waarop hij gestorven is, kan er geen sprake zijn van een adequaat rouwproces. En door de mate waarin en de manier waarop er door de buitenwereld is gereageerd, zijn mijn verwerking en gehele beleving sterk beïnvloed en verstoord. De omstandigheden hebben mij op agressieve wijze gedwongen om mijn gedachtes en gevoelens jegens mensen en ideeën bij te stellen.

Verdachte
Voordat er een verdachte in beeld was, heb ik in mijn hoofd vaak gesprekken gevoerd met “de dader”. Ik heb deze persoon in mijn hoofd ook vaak pijn gedaan; hem vierkant in elkaar geslagen. Ik wilde hem echter niet van het leven beroven. Toen ik, na anderhalf jaar, hoorde wie de daadwerkelijke verdachte is, was dit gevoel weg. Ik gun de verdachte mijn aandacht, hoe negatief ook, totaal niet. Ik wil deze persoon op een zo groot mogelijke afstand houden. Hij mag geen enkel zogenaamd krediet krijgen.
Als ik er puur vanuit ga dat Louis dood is gegaan op het moment dat het zijn tijd was, dan zou zijn dood acceptabel kunnen zijn. Het feit dat door de verdachte op 15 november 2005 moedwillig is besloten, dat aan het leven van Louis een einde moest komen, maakt het absoluut onacceptabel en ondraaglijk. De verdachte had geen enkel recht om te beslissen dat Louis moest sterven. Met deze daad heeft hij niet alleen het leven van Louis vernietigd, maar zichzelf ook op een vervloekte wijze in het leven van anderen gedrongen en hen in hun wezen beschadigd.

Pijnlijk
Moord is per definitie zinloos. Het feit dat er geen begrijpelijke reden was om Louis te vermoorden, maakt het voor mij alleen nog maar ellendiger. Ik heb nog een lange weg te gaan wat betreft het onder ogen zien en het uiten van de woede, de frustratie en het verdriet die door deze daad teweeg zijn gebracht. De emoties sijpelen er af en toe wel doorheen. Mensen werken mij makkelijker op de zenuwen en mensen die mij kennen vinden dat ik een stuk minder relaxt ben dan voorheen. Wat voor mij de pijn nog groter maakt, is de wetenschap dat de moord op Louis ook voor anderen een zwaar traumatische ervaring is en dat het gemis voor velen intens en bijzonder groot is.
De verwerking zal nog lang duren en acceptatie zal er wat mij betreft nooit komen.

Deze verklaring is niet volledig en ik betwijfel of zij dat ooit zou kunnen zijn, aangezien de gevolgen van het doodschieten van Louis eigenlijk niet te overzien zijn.

Nijmegen, 7 februari 2008