Achtergrond levenslang

Levenslang is wat het zegt: levenslang. Iemand die onherroepelijk veroordeelt wordt tot levenslang zit in de gevangenis tot de dood erop volgt. De starf wordt opgelegd ter bescherming van de maatschappij. Alleen als iemand gratie krijgt kan hij eerder vrijkomen. Meer informatie over de aard en geschiedenis van de straf vindt je op de pagina van rechtspraak.nl.

Recent wordt er gepleit voor een evaluatiesysteem van een levenlange straf. De Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming oppert dat: "de gedetineerde in de loop der jaren een ontwikkeling kan doormaken in de richting van afnemende delictgevaarlijkheid." Daarom adviseert zij evaluatie mogelijk te maken.

Hieronder een opiniestuk uit de Volkskrant dat pleit voor zo'n evaluatiesysteem. Staatssecretaris Abayrak liet echter weten geen evaluatie te willen, maar wel de gratieregeling opnieuw te zullen bekijken (Volkskrant, 6 maart 2008).


Opinie: Laat rechter levenslange straf geregeld toetsen

Uit: Volkskrant 4 maart 2008

Rechters spreken steeds vaker levenslang uit, zien Diederik van Omme e.a. Maar dan moeten zij ook periodiek toetsen of de gevangene nog wel zo gevaarlijk is.

Het gerechtshof Den Bosch heeft Julien C. (23) tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, terwijl het openbaar ministerie 20 jaar gevangenisstraf met tbs had geëist. Anders dan velen denken, wordt de levenslange gevangenisstraf in Nederland niet omgezet in een tijdelijke straf. Dit betekent dat Julien C. daadwerkelijk tot zijn overlijden in de gevangenis zit. Ondanks het oordeel van het gerechtshof over de moord, ‘het zonder enig motief zo beestachtig afslachten van een weerloos kind van 8 jaar’, is het de vraag of dit niet een te zware straf is.

Sinds 2000 is levenslange gevangenisstraf al vijftien keer opgelegd.

De enige manier om vrij te komen is wanneer gratie wordt verleend, dat wil zeggen omzetting van de levenslange gevangenisstraf naar een tijdelijke gevangenisstraf of kwijtschelding van het strafrestant. Dit gebeurt in Nederland vrijwel nooit. Volgens het openbaar ministerie zijn slechts twee gevallen bekend: in 1975 kwam een veroordeelde na 21 jaar vrij, in 1986 na 17 jaar. In beide gevallen ging het om bijzondere omstandigheden, zoals een ernstige ziekte.

Over gratie beslist het ministerie van Justitie – hetzelfde bestuursorgaan dat de straf ten uitvoer legt.

Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens moet echter een onafhankelijke rechter na verloop van jaren periodiek toetsen of de straf nog uitsluitend ter beveiliging van de maatschappij dient en niet langer ter vergelding.

Ook moet deze toetsen of de gedetineerde op leeftijd nog dezelfde gevaarlijke persoon is als toen hij de straf opgelegd kreeg. Als de straf niet meer dient ter vergelding en de veroordeelde niet meer als een gevaar kan worden gezien, moet invrijheidstelling volgen.

Een toets door de rechter heeft als voordeel boven de gratieprocedure dat de veroordeelde gehoord kan worden door een onafhankelijk orgaan en zo nodig een tegenonderzoek naar de gevaarlijkheid kan laten verrichten. Zo werkt het in Nederland echter niet: gratie is slechts een gunst.

De meeste Europese landen kennen wel een systeem van rechterlijke toetsing. Na vijftien tot twintig jaar wordt beoordeeld of de levenslange gevangenisstraf moet worden voortgezet. Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft vanuit grondwettelijk perspectief overwogen dat ook in geval van levenslang voor de veroordeelde een recht op resocialisatie bestaat en dat hij kans moet behouden zijn vrijheid ooit terug te krijgen. Het Internationaal Strafhof, nota bene gevestigd in Nederland, bepaalt in zijn Statuut dat het bij een opgelegde levenslange gevangenisstraf na 25 jaar toetst of strafvermindering moet plaatsvinden.

Resocialisatie is de grondslag van onze penitentiaire wetgeving. Periodieke rechterlijke toetsing van de vraag of iemand na vele jaren nog langer moet vastzitten, draagt dan ook bij aan het humane karakter van de strafrechtspleging.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming heeft in 2006 geadviseerd dat zo’n systeem ook hier in te voeren.

In de zaak van Julien C. heeft het gerechtshof het opleggen van levenslang gebaseerd op de volgende omstandigheden. Julien C. heeft geen enkel inzicht gegeven in zijn handelwijze en heeft geen blijk gegeven van mededogen richting slachtoffer en nabestaanden.

Verwijzend naar de ernst van het feit en de algemene veiligheid vond het gerechtshof dat het slechts kon kiezen tussen een levenslange gevangenisstraf of een kortere vrijheidsstraf met tbs. Omdat er verder geen feiten of omstandigheden waren op grond waarvan het gerechtshof tot het oordeel kon komen dat C. verminderd toerekeningsvatbaar of ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van het feit, kon het gerechtshof geen tbs opleggen.

Het koos daarom voor een levenslange gevangenisstraf. De straf is dus expliciet mede ingegeven door beveiliging van de maatschappij. Juist die motivering bevestigt de noodzaak van periodieke toetsing van de levenslange gevangenisstraf. Onduidelijk is immers of Julien C., als hij straks jarenlang heeft vastgezeten, nog steeds gevaarlijk is voor zijn omgeving.

Niet kan worden uitgesloten dat met het verstrijken van de tijd meer duidelijkheid komt over zijn persoon en eventuele psychische ziekte. Mogelijk geeft C. op den duur te kennen dat hij inzicht heeft in zijn handelen en toont hij gevoelens van berouw.

Slechts een strafrecht dat zich bekommert om zijn levenslang gestraften, kan humaan worden genoemd.

Diederik van Omme, Jeroen Soeteman en Willem Jebbink zijn advocaat.